Tel eerst de omzet achter de gemiddelde bon
Neem twee fictieve dagoverzichten op dezelfde basis, hier exclusief btw en zonder retouren. Vestiging A heeft honderdtwintig kassabonnen van gemiddeld € 18. De omzet die bij die bonnen hoort is honderdtwintig maal achttien, dus € 2.160. Vestiging B telt dertig bonnen van gemiddeld € 32 en komt uit op € 960 omzet. Samen gaat het om honderdvijftig transacties en € 3.120.
De gezamenlijke gemiddelde bon bereken je door de totale omzet van € 3.120 te delen door honderdvijftig. Dat is € 20,80. Het ongewogen gemiddelde van € 25 beantwoordt een andere vraag. Dan krijgen de twee vestigingsgemiddelden allebei hetzelfde gewicht. Die uitkomst kan relevant zijn als je met opzet naar de gemiddelde vestiging kijkt, maar mag niet ongemerkt worden gebruikt als gezamenlijke gemiddelde transactie.
Onderzoek welke verkoop op de bon staat
Stel dat A veel kleine afhaalverkopen verwerkt, terwijl B langere afspraken voor een compleet pakket uitvoert. Vraag of de bonnen per verkoopkanaal zijn uitgesplitst. Een gemiddelde kan stijgen wanneer meer klanten een pakket kiezen, ook als geen enkele prijs verandert. Het kan ook dalen doordat de onderneming een extra stroom kleine bestellingen aantrekt. Dat hoeft op zichzelf geen teken van een slechter resultaat te zijn.
Vraag daarnaast of een order die aan de balie wordt opgehaald al als online verkoop is geteld. Controleer of de gevraagde grootheid over unieke bestellingen of over geregistreerde betaalmomenten gaat. Bij een aanbetaling en een latere eindbetaling kan één order meerdere kasbewegingen veroorzaken. De gebruikte definitie hoort bij het getal te staan voordat je het overneemt in je eigen begroting.
Gebruik het getal voor jouw beoogde verkoop
De kandidaat verwacht te starten met een kleine locatie waar mensen vooral op afspraak komen. Hij maakt daarom twee eigen scenario's met verschillende aantallen korte en lange transacties. Beide worden eerst als aanname genoteerd. Voor een onderbouwing heeft hij lokale marktgegevens en vergelijkbare praktijkinformatie nodig. Het gezamenlijke voorbeeld van twee andere locaties is geen belofte voor zijn nieuwe zaak.
Bespreek met de formule welke transactiemix voor de bedoelde locatie plausibel is en waarom. Zo leidt een tweede berekening van het gemiddelde tot een betere zakelijke vraag dan alleen controleren of de getallen op de brochure optellen.
Vragen voor het vervolg
- Hoeveel transacties zitten achter elk genoemd gemiddelde?
- Zijn bonnen via een ander kanaal op dezelfde manier meegenomen?
- Welke combinatie van klanttypen past aannemelijk bij mijn eigen vestiging?
Bronnen
Welke opgave wil je naast de andere leggen?
Een gemiddelde kassabon helpt je plannen wanneer je weet hoeveel transacties en welk soort verkopen dat gemiddelde vertegenwoordigt.
