FranchiseVergelijker
Meetblad 3 min lezen

Kledingwinkel · Hoe vergelijk je twee verplichte investeringen?

Je wilt een kledingcombinatie voor een klant verkopen en overweegt daarvoor twee formules. De bedragen op hun verkoopbladen zijn pas vergelijkbaar wanneer duidelijk is wat onder de prijs valt. Gebruik de kassabon met artikel- en maatregels om bij beide aanbieders dezelfde transactie te bespreken. In de twee uitgewerkte mogelijkheden kom je voor gebruiksdagen tot het omslagpunt met huur uit op 16 en 28. Het verschil is terug te voeren op één keuze in de proef.

Een rustig horeca-interieur met donkere stoelen, lichte vloer en een verlichte bar.
Meetblad Tim Schmidbauer · Unsplash
Afschrijvingen op vaste activa in twee Nederlandse CBS-groepen. Onderzoeksgroep ‘4771 Winkels in kleding’, referentiegroep ‘4753 Winkels in tapijt en gordijnen’.
VerslagjaarOnderzoeksgroep · mln €Onderzoeksgroep · aandeelReferentiegroep · aandeel
20172842,83%2,08%
20213484,05%2,21%
20233853,32%2,05%
20243702,96%1,56%

CBS 81156NED. De eurokolom toont de gekozen post voor de eerste branche. Voor elk aandeel is dezelfde post gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten van de bijbehorende CBS-groep. De bedragen zijn nominaal.

Werk de rekenproef uit

Persoonlijk werkblad

Vergelijk dezelfde inzetduur bij huur en koop

Uitgangspunten en bedragen zijn voorbeelden, exclusief btw. De CBS-cijfers in het artikel staan los van deze proef.

Vergelijk twaalf maanden. De aanvullende uitgave is hier onderhoud bij koop. De verwachte verkoopopbrengst telt éénmaal mee. Financiering en belasting zijn buiten beschouwing gelaten.

16 gebruiksdagen voor het omslagpunt van de proef.

Uitwerking van de rekenproef
Eigen aankoopaanname€ 1.850
Restopbrengst als aanname€ 1.125
Verondersteld onderhoud€ 145
Huur per gebruikte dag€ 55
Uitgangspunten en uitwerking van scenario B

Het tweede voorstel vereist een zwaardere uitvoering van hetzelfde bedrijfsmiddel. De kandidaat zet alleen de hogere aankoopuitgave in de vergelijking.

Vast rekenvoorbeeld B
Eigen aankoopaanname€ 2.497,5
Restopbrengst als aanname€ 1.125
Verondersteld onderhoud€ 145
Huur per gebruikte dag€ 55
01

De eerste vraag aan de werktafel

Zet de verplicht gestelde uitrusting van twee formules naast elkaar. Noteer de beschikbare looptijd, vervangingsvoorwaarden en het recht om het bedrijfsmiddel na vertrek te houden. Welke maten uit dezelfde ingekochte serie blijven uiteindelijk in het kortingsrek?

Neem voor een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode ook de post overige diensten mee. Bij ‘4771 Winkels in kleding’ is die tweede landelijke post in 2024 202 miljoen euro, of 1,62% van de bedrijfsopbrengsten. Bij ‘4753 Winkels in tapijt en gordijnen’ beslaat dezelfde post 1,21%. Die twee percentages zeggen niets over de staat van het passpiegelsysteem, maar maken zichtbaar waarom je naast afschrijvingen ook deze tweede post in de eigen administratie wilt opzoeken.

02

Afschrijvingen op vaste activa volgens het CBS

Wat stelt honderd euro bedrijfsopbrengsten voor bij ‘4771 Winkels in kleding’? In de landelijke gegevens over 2024 valt daarvan afgerond 2,96 euro onder afschrijvingen. Je kunt dat controleren met 370 miljoen gedeeld door 12.499 miljoen, maal honderd. In het vorige beschikbare vergelijkingsjaar 2023 is de uitkomst 3,32 euro per honderd. Het zijn verhoudingen tussen twee branchetotalen. Een individuele eigenaar kan een heel andere kostenstructuur hebben.

De jaarreeks begint hier bij 2017, met 2,83% voor ‘4771 Winkels in kleding’. De hoogste waarneming binnen de gemeenschappelijk beschikbare jaren is 4,61% in 2020. Het laagste aandeel is 2,56% in 2018. Zet daarnaast ‘4753 Winkels in tapijt en gordijnen’, waar afschrijvingen in 2024 1,56% van de opbrengsten vertegenwoordigt. Een hoog jaarcijfer vertelt op zichzelf niet of iemand meer eenheden heeft gebruikt, een hoger tarief betaalde of een andere activiteit uitvoerde.

03

Vergelijk dezelfde inzetduur bij huur en koop

Voor twaalf maanden gebruik kies je € 1.850 aanschaf, € 1.125 verwachte verkoopopbrengst na afloop en € 145 onderhoud. Het huuralternatief kost in de eerste proef € 55 per gebruikte dag. Deel de netto modelkosten van koop door de daghuur en rond voor het omslagpunt naar hele dagen omhoog. De koop vraagt bij aanvang wel het volle aankoopbedrag. Dit verschil in kasbeslag vraagt een aparte afweging.

Het tweede voorstel vereist een zwaardere uitvoering van hetzelfde bedrijfsmiddel. De kandidaat zet alleen de hogere aankoopuitgave in de vergelijking. In de proef verandert uitsluitend het bedrag voor aanschaf van € 1.850 naar € 2.497,5. De tweede invoer is een gekozen alternatief voor de bespreking. De gekozen maatstaf is ‘gebruiksdagen tot het omslagpunt met huur’. Je leest eerst 16 en daarna 28. De tweede berekening komt 12 hoger uit. Neem beide uitkomsten op in een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode. Toets de veranderde aanname met een aankoopofferte met de afgesproken uitrusting. Gebruik de kassabon met artikel- en maatregels om de bijbehorende opdracht daadwerkelijk terug te vinden.

04

Een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode

Laat beide aanbieders reageren op een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode met precies dezelfde orderomvang en afbakening. Verwijder bedrijfsnamen uit jouw eerste vergelijking zodat een vertrouwde merknaam de rekensom niet beïnvloedt. Als de uitkomsten verschillen, vraag dan naar het voorschrift, de factuur of de werkafspraak die dat verschil aannemelijk maakt. Een voordeel op deze post kan elders een extra verplichting meebrengen.

Vragen voor het vervolg

  • Welke maten uit dezelfde ingekochte serie blijven uiteindelijk in het kortingsrek?
  • Wat vul je voor tijd en geld in als jij zelf de opdracht ‘een kledingcombinatie voor een klant verkopen’ gaat uitvoeren?
  • Wat moet je bij de kassabon met artikel- en maatregels kunnen aantonen om een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode af te ronden?

Bronnen

FranchiseVergelijker

Vergelijk mijn voorstellen

Vertel waar je staat met een investeringsstaat met gelijke gebruiksperiode. Met een geanonimiseerd voorbeeld van de kassabon met artikel- en maatregels kunnen we de vraag over kledingwinkel concreet maken.