Ga van een inkoopprijs naar een verkoopprijs
Veronderstel voor een eenvoudige oefening dat het artikel zestig euro kost om in te kopen en dat de bedragen exclusief btw zijn. Een opslag van 25 procent op zestig euro is vijftien euro. De verkoopprijs wordt 75 euro en er blijft vijftien euro over vóór andere kosten. Deel je die vijftien daarna door de verkoopprijs van 75, dan bedraagt de brutomarge als deel van de verkoopprijs twintig procent. Het product heeft dus tegelijk een opslag van 25 procent en een marge van twintig procent, afhankelijk van de gekozen noemer.
Wil je juist een brutomarge van 25 procent op de verkoopprijs halen, dan mag de inkoop in dit voorbeeld 75 procent van die verkoopprijs uitmaken. Deel zestig door 0,75 en je krijgt tachtig euro. Het verschil tussen verkoop en inkoop wordt dan twintig euro. Hetzelfde genoemde percentage levert hier vijf euro extra per product op doordat de berekening bij een ander bedrag begint.
Voeg een echte korting toe
Stel dat het artikel uit het tweede voorbeeld niet voor tachtig maar voor 72 euro wordt verkocht. Bij dezelfde inkoop van zestig resteert twaalf euro. De brutomarge als deel van de werkelijke verkoopprijs is twaalf gedeeld door 72, afgerond 16,7 procent. Het is dus geen kwestie van eenvoudig tien procentpunten van de oorspronkelijke marge aftrekken wanneer een prijs met tien procent daalt. Laat eventuele vergoedingen door de leverancier of de formule apart zien en tel ze alleen mee wanneer ze werkelijk zijn afgesproken.
Onderzoek ook of de genoemde inkoopprijs de rechtstreeks toegewezen kosten omvat die in het andere voorstel al zijn meegenomen. Een centraal geleverd product met afzonderlijke transportkosten kan namelijk niet één op één worden vergeleken met een afgehaald artikel zolang je de verschillen buiten beeld laat.
Werk vanuit het bedrag per stuk verder
Schrijf voor beide formules bij eenzelfde product de werkelijke verkoopprijs en de bijbehorende aanschafkosten in euro’s op. Noteer het verschil en vervolgens de teller en noemer van elk percentage. Pas hierna kun je uitzoeken hoeveel stuks je moet verkopen om andere kosten te dragen. Een aantrekkelijke brutomarge op papier is nog geen nettowinst en zegt op zichzelf weinig over het aantal artikelen dat klanten werkelijk meenemen.
Vragen voor het vervolg
- Over welk bedrag is het genoemde percentage berekend?
- Zijn kortingen en rechtstreeks toegerekende inkoopkosten op dezelfde manier verwerkt?
- Hoeveel euro per verkocht stuk blijft er vóór de overige bedrijfskosten over?
Bronnen
Welke opgave wil je naast de andere leggen?
Zet de euro’s aan verkoop en inkoop eerst vast en benoem daarna of het percentage over verkoop of over inkoop is berekend.
