| Verslagjaar | Onderzoeksgroep · mln € | Onderzoeksgroep · aandeel | Referentiegroep · aandeel |
|---|---|---|---|
| 2017 | 1.265 | 30,88% | 32,84% |
| 2021 | 1.605 | 31,6% | 32,64% |
| 2023 | 2.245 | 32,18% | 32,44% |
| 2024 | 2.289 | 31,33% | 31,96% |
CBS 81156NED. De eurokolom toont de gekozen post voor de eerste branche. Voor elk aandeel is dezelfde post gedeeld door de totale bedrijfsopbrengsten van de bijbehorende CBS-groep. De bedragen zijn nominaal.
Werk de rekenproef uit
Persoonlijk werkblad
Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant
Uitgangspunten en bedragen zijn voorbeelden, exclusief btw. De CBS-cijfers in het artikel staan los van deze proef.
Alle directe variabele uitgaven in dit voorbeeld worden 8% hoger. De verkoopprijs blijft gelijk. Arbeid en vaste lasten zijn nog te dekken.
95 eenheden houden bij gelijkblijvende verkoopprijs de oude totale bijdrage overeind.
| Directe uitgaven per eenheid | € 34 |
|---|---|
| Bij 8% hogere uitgaven | € 36,72 |
| Verschil voor 90 verkopen | € 244,8 |
| Benodigde eenheden tegen oude prijs | 95 |
Uitgangspunten en uitwerking van scenario B
De tweede formule biedt een andere inkoopafspraak. De kandidaat past uitsluitend de directe uitgave aan zodat de berekening het effect van die afspraak laat zien.
| Directe uitgaven per eenheid | € 29,58 |
|---|---|
| Bij 8% hogere uitgaven | € 31,95 |
| Verschil voor 90 verkopen | € 212,98 |
| Benodigde eenheden tegen oude prijs | 94 |
De eerste vraag aan de werktafel
Vraag zowel de minimale afname als de leverfrequentie op. Leg van twee aanbieders de prijs van een werkelijk vergelijkbare bestelling naast elkaar, inclusief terugname en breuk. Komen alle lunches op dezelfde piekminuten binnen terwijl de klant alleen de afhaaltijd ziet?
Neem voor een vergelijking van twee levervoorwaarden ook de post overige diensten mee. Bij ‘56102 Fastfoodrestaurants, ijssalons etc’ is die tweede landelijke post in 2024 98 miljoen euro, of 1,34% van de bedrijfsopbrengsten. Bij ‘56 Eet- en drinkgelegenheden’ beslaat dezelfde post 1,62%. Die twee percentages zeggen niets over de staat van de bereidingstafel met koeling, maar maken zichtbaar waarom je naast inkoopwaarde ook deze tweede post in de eigen administratie wilt opzoeken.
Inkoopwaarde van de omzet volgens het CBS
Wat stelt honderd euro bedrijfsopbrengsten voor bij ‘56102 Fastfoodrestaurants, ijssalons etc’? In de landelijke gegevens over 2024 valt daarvan afgerond 31,33 euro onder inkoopwaarde. Je kunt dat controleren met 2.289 miljoen gedeeld door 7.306 miljoen, maal honderd. In het vorige beschikbare vergelijkingsjaar 2023 is de uitkomst 32,18 euro per honderd. Het zijn verhoudingen tussen twee branchetotalen. Een individuele eigenaar kan een heel andere kostenstructuur hebben.
Vergelijk twee tijdpaden. Bij ‘56102 Fastfoodrestaurants, ijssalons etc’ is het aandeel van 2017 tot 2024 0,45 procentpunt hoger geworden. Bij ‘56 Eet- en drinkgelegenheden’ liep het van 32,84% naar 31,96%, ofwel 0,87 procentpunt lager. De afbakening van de CBS-groepen bepaalt wie in de teller en de noemer terechtkomt. De reeksen zijn bedoeld als afzonderlijke referenties en worden nergens bij elkaar opgeteld. Een wijziging bij één grote onderneming kan de verhouding van een hele groep beïnvloeden.
Een duurdere bestelling terugrekenen naar de klant
Reken eerst met 90 verkopen tegen € 93. Bij een directe uitgave van € 34 ontstaat samen € 5.310 bijdrage vóór arbeid en vaste lasten. Voor de inkoopproef gaat de directe uitgave vervolgens nog acht procent omhoog en blijft de klantprijs staan. Deel de oorspronkelijke totale bijdrage door de bijdrage per eenheid in de duurdere situatie. Het vereiste aantal wordt naar boven afgerond, omdat een fractie geen voltooide order is.
De tweede formule biedt een andere inkoopafspraak. De kandidaat past uitsluitend de directe uitgave aan zodat de berekening het effect van die afspraak laat zien. In de proef verandert uitsluitend de directe uitgave per eenheid van € 34 naar € 29,58. De tweede invoer is een gekozen alternatief voor de bespreking. De gekozen maatstaf is ‘benodigde verkopen na een stijging van de directe uitgave’. Je leest eerst 95 en daarna 94. De tweede berekening komt 1 lager uit. Neem beide uitkomsten op in een vergelijking van twee levervoorwaarden. Toets de veranderde aanname met een recente leveranciersfactuur voor dezelfde eenheid. Gebruik de bestelbon met afgesproken afhaaltijd om de bijbehorende opdracht daadwerkelijk terug te vinden.
Een vergelijking van twee levervoorwaarden
Laat beide aanbieders reageren op een vergelijking van twee levervoorwaarden met precies dezelfde orderomvang en afbakening. Verwijder bedrijfsnamen uit jouw eerste vergelijking zodat een vertrouwde merknaam de rekensom niet beïnvloedt. Als de uitkomsten verschillen, vraag dan naar het voorschrift, de factuur of de werkafspraak die dat verschil aannemelijk maakt. Een voordeel op deze post kan elders een extra verplichting meebrengen.
Vragen voor het vervolg
- Komen alle lunches op dezelfde piekminuten binnen terwijl de klant alleen de afhaaltijd ziet?
- Wat vul je voor tijd en geld in als jij zelf de opdracht ‘een bestelde lunch voor een klein team afgeven’ gaat uitvoeren?
- Wat moet je bij de bestelbon met afgesproken afhaaltijd kunnen aantonen om een vergelijking van twee levervoorwaarden af te ronden?
Bronnen
Vergelijk mijn voorstellen
Vertel waar je staat met een vergelijking van twee levervoorwaarden. Met een geanonimiseerd voorbeeld van de bestelbon met afgesproken afhaaltijd kunnen we de vraag over lunchcounter en afhaalzaak concreet maken.
